donderdag 21 februari 2008

zondag 17 februari 2008

Verslag 6

Vrijdag 15 februari en zaterdag 16 februari. Heel goed geslapen in Nisqually Lodge, welk opengehouden werd door een bejaard echtpaar, waarbij de man heel duidelijk onder de sloef van zijn ondernemende vrouw lag.
Ben dan van daaruit het park weer in gereden tot Longmire met de bedoeling nog verder door te gaan tot aan het punt wat men daar “Paradise” noemt. Normaal mag je voorbij Longmire alleen door met sneeuwkettingen, maar mij leek de weg redelijk goed bereidbaar tot zo halfweg, want dan werd het te glad, met daarbij nog klim- en bochtenwerk, terwijl de weg niet goed bleek geruimd. Dan maar terug naar Longmire gekeerd en daar nog wat geploeterd in de sneeuw rond het Parkhotel, maar je zakte daar zwaar in weg: ver kon je echt niet geraken zonder van die speciale sneeuwschoenen. Ik had gelezen dat ze die verhuurden en daar tochten in groep mee deden rond Longmire, maar enkel in de weekend tot mijn grote spijt.

Vermits het rond Mr Rainier niet veel verder te doen was dan tot waar ik was geraakt heb ik dan besloten van dan maar voort te trekken naar die andere berg: Mount St. Helens, in vogelvlucht zo’n 50km meer zuidwaarts gelegen, maar wel verder over de weg natuurlijk. Eigenlijk zijn al die “Mounts” hier (Hood, Baker, Olympia, Rainier, St. Helens) vulkanen en nog actieve ook. Dat is ook de reden waarom ze zo prominent in het landschap uitkomen met hun meestal kegelvormige vorm. Als je weet dat Mt. Rainier 4.400m hoog is (hoger dus dan de Mont Blanc) en niet echt deel uitmaakt van een bergmassief, dan kun je je voorstellen hoe imposant die vulkanen hier hun aanwezigheid in het landschap laten voelen.


Mt St Helens heeft in mei 1980 een wel bijzonder zware uitbarsting gekend, en was erg benieuwd om daar meer over te weten en te zien. Die vulkaan is eigenlijk horizontaal uitgebarsten na eerst enkele maanden letterlijk opzij te zijn opgezwollen met zo’n zichtbare 3m per dag. Na de uitbarsting was hij zo’n 400m lager geworden en wat vroeger de kegel ervan was is volledig verdwenen. De impact op de natuur er rond was navenant: de bomen van vele tientallen km bos in het rond zijn als lucifertjes afgeknakt geworden vooral door de horizontale blast van de uitbarsting. Gelukkig hadden de geologen het door hun metingen zien aankomen en iedereen uit de omgeving zoveel mogelijk geëvacueerd. Toch waren er nog enkele tientallen doden, vooral van waarnemers rond de berg die niet verwacht hadden dat het zo hevig ging zijn. Deze vrij zeldzame horizontale uitbarsting heeft ook een ongeziene modderstroom van vulkanische asse tot stand gebracht, welke maakte dat de Columbia rivier honderden km ver verzandde en scheepvaart onmogelijk werd. Men is dan gigantische infrastructuur werken begonnen om verdere alluviale verspreiding van die modder tegen te gaan, door bvb het aanleggen van een modderdam. Enfin, het moet wat geweest zijn, toen. En nu 28j later, lag die berg er daar zo vredig mooi en wit bij en waren rond de berg de dennebossen weer aan het schieten (na 28j mag dat wel!).


Naar verluid is Mt. Rainier nog veel gevaarlijker; men verwacht dat die wel eens ook van zich zou kunnen laten horen in de niet zo verre toekomst. Voor ik naar hier kwam had ik ook gelezen dat heel de regio eigenlijk “drijft” op een enorme massa opstuwende magma die wel eens met een cataclysmisch geweld zou kunnen open barsten… Laat ons hopen voor de mensen die hier wonen dat dat maar een beetje paniekzaaierij is dat nieuws!

Ook weer hier kon je door de wintertoestand niet zo dicht bij de berg geraken als normaal in de zomer mogelijk is.
Na nog een bezoek van het Mt St Helens Visitors Center ben in dan doorgereden terug naar Portland, zo’n 120km meer zuidwaarts. Zo kon ik de laatste dag nog rustig in Portland wat blijven hangen vooraleer terug te vliegen zondagmorgen heel vroeg. En die laatste dag was er dan nog een om in schoonheid te eindigen met mooi weer, waarvan deze laatste foto -getrokken deze avond in de buurt van mijn motel in Portland- van Mt Hood en de Colombia River mag getuigen!


Heel mijn toernee door Oregon en Washington is te bekijken op een Google kaart met opgezette fotos via http://picasaweb.google.com/marc.puttemans/TripOregonWashington/photo#map

Heb er toch van genoten!



Het blauw is uiteindelijk het traject geworden, door aanpassingen vanwege sneeuwtoestand...

vrijdag 15 februari 2008

Verslag 5


Woensdag 13 februari. De dag diende zich aan met een stralend blauwe lucht, de eerste eigenlijk echt mooie dag van deze trip.
Vanuit Shelton ging het dan noordwaarts de Kitsap Peninsula in, een kleiner schiereiland naast het veel grotere Olympic schiereiland. Bedoeling was om zo bij Port Gamble te geraken als begin van de tour rond de Olympic Peninsula, het meest westelijk gelegen deel van de staat Washington. Onderweg daar naartoe: uitgestrekte dennenbossen gelegen langs een veelheid van baaien en kreekjes. Het is hier een paradijs voor zeilers die in rustiger water toch hun gang kunnen gaan.


Port Gamble was een echte ontdekking: een heel mooi en goed bewaard geheel van authentieke houten huizen, gelegen aan de Pudget Sound, waar men de woningen in de staat heeft gelaten zoals ze daar vroeger hebben moeten uitgezien: geen supermarkten, of hamburgertenten of andere rommelachtige toestanden die men zo dikwijls in de Amerikaanse gehuchten en steden ziet.
Een ervan was ingericht als Victoriaans theehuis en omdat het toch al tegen de middag ging ben ik daar dan maar binnengestapt voor een koffie met wat sandwiches. Men bood mij bij mijn koffie ook nog enkele “speciality” pralines aan, maar toen ik de eigenares vertelde dat ik Belg was, moest ze toch even weten wat ik van haar pralines vond, want ze kende wel onze reputatie in dat verband. En ik heb haar dan zo diplomatisch mogelijk laten verstaan dat haar pralines blijkbaar ook met een hoog gehalte aan cacaoboter waren gemaakt (wat een vereiste is voor goede pralines). Zo moest ik niet rechtstreeks zeggen dat haar pralines zo goed waren als de onze, want dat was niet waar…


Na Port Gamble, het Canal Hood overgestoken op weg naar Port Townsend, het havenstadje dat toegang geeft tot Pudget Sound. Het is een stadje met karakter en nog heel wat Victoriaanse huizen. Vanuit Port Townsend dan doorgereden naar het Olympic National Park, om daar op de flank van de berg Mount Olympus (2500m) de Hurricane Ridge op te rijden die een heel mooi uitzicht geeft op Vancouver Island in Canada. Spijtig genoeg was deze weg halfweg de route gesloten wegens nog teveel sneeuw en geen ruiming daarvan. Dan maar terug afgezakt naar de havenstad Port Angeles, de meest noordelijke stad van de Olympic Peninsula met aan de overkant op enkele kilometers: Vancouver Island.
Port Angeles is een uitvoerhaven van het vele hout dat hier in de omgeving gewonnen wordt. Overal kom je dan ook van die zware vrachtwagens tegen met dikke boomstammen op. Maar Port Angeles is zo’n weinig aantrekkelijke stad dat ik er niet wou verblijven. Van op de havengeul keek je ook uit op een groot industrieel complex van rokende pulpfabrieken.
Dan maar verder door naar het westen getrokken op zoek naar een overnachtingsplaats. Nu is het zo dat je éénmaal voorbij Port Angeles in een zeer dun bevolkte en mooie streek terecht komt, waar in de winterperiode geen logies te vinden is.
Uitgestrekte bossen en een groot gletsjermeer (Lake Crescent) dwongen mij dan maar 50km ver door te rijden tot het volgende stadje: Forks, gelegen aan het noordwestelijke deel van het Olympisch schiereiland.
Daar wou ik per sé in een B&B verblijven want die waren er hier wel wat had ik gelezen. Forks is vooral in de zomer populair bij vissers (hier zit veel zalm) en wandelaars. Bij de eerste B&B die ik vond, de “Fishermans Widow” was de “weduwe” blijkbaar niet thuis; bij de tweede met de mooie naam “Misty Valley”, deed men in de winter geen B&B, maar de derde B&B die ik aandeed was prijs! Bij Susan & Bill in hun prachtige woning aan de rand van Forks, de Miller Tree Inn. Susan en Bill konden voor geen avond eten zorgen, want dat blijkt niet te mogen van de overheid voor B&B, maar verwezen mij dan maar naar een restaurantje in Forks, waar je redelijk goed kon eten. Met een kippensoep en een Caesars salad was ik daar toch tevreden mee. In dat restaurant zaten in mijn buurt vissers te vertellen hoe ze met hun boot tegen een rots waren gebotst en daardoor wat water maakten, en ook een tafel met “loggers” die maar aan het afgeven waren op die environmentalisten omdat die het met hun beperkingen alles toch zo moeilijk maakten.
Na nog een gezellig avondgesprek bij het hardvuur met Susan & Bill en hun witte kat Tommy, gaan slapen zo rond 21u30.


Donderdag 14 februari Om 6u ’s morgens reeds hoorde ik de luide stemmen van de 2 vissers aan het ontbijt die ook in de Miller Tree Inn logeerden en volgens Bill niet konden wachten om aan hun visactiviteiten te beginnen. Hij vertelde mij dat ze leefden van hun B&B dat ze al een tiental jaren open hielden. Zoals ik kon afleiden uit het gastendagboek hadden ze wel heel wat getrouwen uit de regio Seattle die hier in de omgeving komen wandelen langs de speciaal aangegeven “trails”. Ook al wat Europeanen en zelfs Japanners waren al langs geweest.
Bill raadde mij aan om vooraleer door te rijden naar Mount Rainier, nog eens de Quileute Indian Reservation aan te doen en daar wat langs het strand te gaan wandelen. Dat heb ik dan ook gedaan, langs een strand dat bezaaid was met boomstammen vanwege de storm die hier vorige week moet gewoed hebben.

Daarna langs Route 101 verder doorgereden naar het Zuiden op weg naar Mount Rainier. Vanaf Forks rij je wel bijna 100km naar het zuiden langs prachtige, eenzame landschappen van uitgestrekte dennenbossen, kustgebieden en meren, met heel weinig verkeer, buiten de regelmatige trucks geladen met zware boomstammen. Houtwinning is hier wel veruit de belangrijkste economische activiteit. Op een haar na ook bijna zonder benzine gevallen, omdat in heel dat gebied geen benzinestations te vinden zijn.

In Aberdeen eindigt plots het verlaten landschap van het Olympisch schiereiland en kom je weer terecht in die typisch Amerikaanse rommel gebieden van benzinestations, tweede hands autoverkopen, shopping centra, hamburger tenten. Van daaruit weer oostwaarts doorgestoken via Route 12 recht naar het Mount Rainier National Park. Alhoewel het vandaag een schitterende dag was, heeft Mount Rainier (4.400m hoog) blijkbaar een eigen klimaatgebied rond zich, want omgeven door dikke wolkensluiers.



Ben dan doorgereden tot in het park zelf, waar de temperatuur zienderogen daalde tot onder het vriespunt, en weer hopen sneeuw te vinden was.


Het enige hotel van het park in Longmire was echter te duur vond ik en ben daarom voor de nacht het park weer uitgereden om dan voor de helft van de prijs te logeren in een heel verzorgde lodge, de Nisqually Lodge: echt een aanrader. En op de parking staat maar één wagen: de mijne... Naar het schijnt begint morgen vrijdag hier een officieel en verlengd weekend tot en met maandag wegens “Presidents Day” en dan verwacht men veel meer volk!

woensdag 13 februari 2008

Verslag 4

Maandag 11 februari. Het management van het hotel voelde zich een beetje verantwoordelijk voor wat mij overkomen was – stond geparkeerd vlak aan de ingang van het hotel – en boden aan om het ontbijt niet aan te rekenen (toevallig was het ontbijt hier niet in de kamerprijs inbegrepen) en hebben dan nog goed geassisteerd om het gebroken glas op te ruimen en mijn auto wat op te kalefateren voor de rit naar Seattle. Ja, service is hier erg belangrijk.
De hele voormiddag is dan gegaan naar die rit naar Seattle om een vervangwagen te verkrijgen en die was er dan ook na de middag. Ook hier hebben ze mij als compensatie voor de geleden commotie een gratis “upgrade” gegeven, in de vorm van een wagen in een hogere categorie: een Pontiac G6. Maar heb al vastgesteld dat het verbruik ook navenant is, al kost de benzine hier nog altijd maar zo’n 2,9$ per Gallon (=0,35 Eurocent/Liter), minder dan ¼ van de prijs bij ons: allemaal niet echt ecologisch dus.

Daarna teruggekeerd naar Everett voor dat geplande bezoek aan de Boeing fabrieken. Heel erg de moeite. In Everett assembleren ze al de commerciële 747, 767, 777 en nu ook de 787. Productie van de onderdelen gebeurt over de hele wereld en de “sub-assemblies” worden naar Everett overgebracht met 6 van die speciaal omgebouwde 747’s.


Heb mij dan ook ingeschreven bij de 2 uur durende bezoekerstour aan de reusachtige assemblage hall van Boeing. Op zijn Amerikaans gezegd natuurlijk: “ze biggest in ze world”: een gebouw van 0,5km breed en 1km lang met een dak van zo’n 30m (of was het 40m?) hoog: echt indrukwekkend. Hier werkt men 24-7 zoals ze hier zeggen: de klok rond in shiften van 9000 man per shift. Als er een shiftwissel is bij Boeing, dan voel je dat aan het verkeer in de hele omgeving. Vanop een hoger gelegen “visitors gallery” in het gebouw, kan je heel goed de verschillende assemblage fases zien. De logistiek van deze gigantische assemblage moet onvoorstelbaar complex zijn.
Toevallig konden we juist meemaken dat een vertikaal staartvlak op een 767 werd gehesen: heel imposant! Spijtig genoeg waren fototoestellen en gsms verboden en moesten we deze bij aanvang van het bezoek in speciale “lockers” opbergen, ahhhhggggrrrrrrr! Geen fotos dus, wel een klein brochuurtje.

Vroeger duurde het zo’n 3 maand om een 747 buiten te krijgen en nu is men juist overgeschakeld op een bewegende montagelijn, zoals bij de bouw van auto’s, van slechts 3 dagen voor de allernieuwste 787! Wat zou Airbus hier allemaal vinden? Maar die zijn gerust in het succes van hun allernieuwste Airbus380 dubbeldekker.
Ik moest wel lachen met Boeings reclame slogan “If it is not Boeing, I am not going…”

Op die nieuwe 787 “Dreamliner” (wat zijn ze toch poëtisch) heeft Boeing duidelijk heel veel ingezet in gebruik van nieuwe en lichtere composiet materialen, lagere emissie normen en geluid: het moet een heel nieuw soort toestel worden… De verkoopspraat van de tourgids stond niet stil. Ze beweren dat ze al zo’n geweldig orderboek hebben dat je nu al 10j moet wachten wil je je 787 besteld krijgen. In de assemblage hall hebben we de eerste 4 modellen gezien die nu uitgebreid door de FAA worden getest op productie niveau. Dit jaar moet het eerste commerciële model van de band gaan en dan gaat de productie volop beginnen draaien.

Na deze tour ben ik mij buiten aan het Boeing vliegveld nog een tijd blijven vergapen aan de touch-and-go testvluchten die men daar met een nog ongeschilderde 767 aan het maken was.

Bezuiden Seattle heeft Boeing nog een assemblage en productiecentrum voor hun kleinere toestellen als hun heel succesvolle 737, maar dat mag je alleen maar bezoeken als je er een koopt! Niet dus.


Dinsdag 12 februari. Overnacht in een motel in Bothell, ergens tussen Everett en Seattle. Bedoeling was vandaag af te zakken tot in de buurt van Olympia, om de volgende dagen van daaruit te beginnen aan een tour van de Olympic Peninsula, een mooi en meest westelijke gedeelte van de Staat Washington.

Op weg terug naar Seattle, viel het mij weer op dat het verkeer hier in feite heel vlot verloopt, alhoewel ook heel druk, vooral rond de steden. En de reden daarvan is dat iedereen zich heel goed aan de snelheidsbeperkingen houdt en je daardoor steeds een effect van blokrijden verkrijgt. Plezant ook is vast te stellen hoe men tewerk gaat aan de kruispunten. Als er geen lichten staan, zal aan de kruispunten bijna steeds een stop teken staan voor iedereen. Het princiepe is dan niet de voorrang van rechts, maar wel wie eerst komt, eerst maalt. En dat werkt heel goed, want iedereen stopt mooi bij het stopteken en volgt de volgorde van aankomst aan het kruispunt. Ook bij het afslaan naar rechts bij een kruispunt met lichten, geldt dat men mag afdraaien naar rechts, zelfs bij een rood licht, op voorwaarde dat er niemand afkomt van links.

In Seattle een wandeling gemaakt langs het Gas Works Park, een plek waar vroeger een gasfabriek stond en welk nu volledig gerenoveerd is geworden als park, met magnifiek zicht op het centrum van de stad. In de stad nog een grote shopping mall binnen gestapt en daar wat aan people watching gedaan.




Daarna op weg naar Tacoma via de internationale luchthaven van Seattle, welke Seatac genoemd wordt, naar de naam van de 2 steden waar tussen deze luchthaven ligt: nl. Seattle en Tacoma, een havenstad zo’n 50km bezuiden Seattle. In Tacoma het mooie Museum of Glass bezocht: echt de moeite.



Daarna verder tot in de stad Olympia, de officiële hoofdstad van de staat Washington. Olympia is vrij groen, gaat prat op haar State Capitol en heeft een prachtige waterfront met uitzicht op de besneeuwde bergen van het schiereiland met dezelfde naam: Olympia.

Tenslotte in Shelton -langs Route 101-overnacht in een klein motel en daar dan op TV het verloop van de Amerikaanse verkiezingen gevolgd… Obama blijkt meer en meer door te breken.

zondag 10 februari 2008

Verslag 3

Overal waar ik verblijf vraag en krijg ik een "senior discount" van zo'n 10% in de motels... Dat is natuurlijk prettig, maar tegelijk ook minder prettig: zou ik er dan al zo oud uit zien, want ze vragen nooit naar mijn paspoort? Deze trip is in alle geval de laatste die gemaakt wordt als 50-jarige: dat besef begint goed door te dringen!

Zaterdag 9 februari, begonnen als stralende dag en de temperatuur steeg die dag in de lager gelegen gedeelten tot 57°F (=14°C!) tegen 44°F (6°C) bij mijn aankomst vorige week. Zou ik dan zoveel warmte uitstralen??? Of is het de warmte die zich blijkbaar ook in België laat gevoelen?


Die dag moest in alle geval de Mount Hood dag worden, en inderdaad! Mount Hood ligt zo'n 80 km oost van Troutdale waar overnacht. En al vrij snel was die berg te zien: perfect, met een brede basis en gelijkmatig puntig wordend aan de top, bijna 4000m hoog, omgeven door frêle wolkjes, volledig wit besneeuwd, imponerend, majestueus! En het verkeer er naartoe langs Route 26 via Sandy, Rhododendron en Govt Camp kwam ook goed op gang, want... weekend. Er stak mij zelfs een aanhangwagen voorbij met daarop aub 3 sneeuwscooters. Langs de weg bleef de sneeuw meer en meer liggen tot er op de duur tussen metershoge muren van sneeuw moest worden gereden. Uitgestapt en rondgelopen in het skistation Govt Camp waar flink werd geskied op de omliggende pistes. Daar nog gepraat met een koppel die hun autistische zoon kwamen aanmoedigen bij het nemen van skilessen. Als je weet dat autisten een hekel hebben aan het onbekende en het onzekere, dan kan dat tellen; maar misschien was hij slechts licht autistisch.


Mount Hood bleef heel de tijd mijn blik trekken en de weg er naartoe en er rond was goed open gehouden, ondanks de pakken sneeuw. Ben er dan met een boog omheen noordwaarts kunnen rijden via Route 38, wat toch doenbaar was zonder sneeuwkettingen mits een rustig tempo natuurlijk. Onderweg toch nog geriskeerd om links af te slaan op een kronkelende weg naar het ski resort Cooper Spur, ten NO van de berg. Op een bepaald moment mocht je niet meer verder en kon je -gratis, want service geven ze wel in de VS- met een busje met sneeuwkettingen naar dat station worden gebracht. Dat heb ik dan ook gedaan, maar vrij druk ook daar!
En natuurlijk veel fotos genomen van Hood...


In de afdaling verder noordwaarts gereden tot aan het stadje River Hood aan de Colombia River... en al de sneeuw was weer weg! De vallei van de Colombia River oostwaarts gevolgd tot in The Dalles om dan de rivier over te steken naar de Staat Washington. De rivier is uitgeslepen door gigantische waterverplaatsingen gedurende de laatste ijstijd en was vroeger een centrum voor huidenhandel bij de Indianen. Het landschap is daar echter niet zo mooi, aangezien bijna volledig kaal, zonder bomen!


Mijn bestemming voor die dag was Toppenish, oostwaarts van mount Rainier, op weg naar Seattle. Daarom weer de bergen ingeklommen via Route 97 en weer tussen de sneeuw over de Satus bergpas. Onderweg halt gehouden op een plaats met een prachtig zicht op zowel Mount Hood als Mount Adams (of was het Rainier?), want die jongens kan je honderden km ver zien! Deze streek was weer Alpijns met veel sparrenbossen, maar verderop in de afdaling werd het weer kaal naar een hoogvlakte toe waar Toppenish mijn nachtverblijf ging worden in motel Best Way Inn Suites, met een grote en mooie kamer voor 60$ (ongeveer 45€) incl. ontbijt: daar kan je echt niet voor sukkelen.


De moteluitbater was een Indiër uit Gujarat die een jaar of 5 geleden naar de VS was uitgeweken en daar dit motel had overgenomen. Heb bij het uitchecken met hem nog gepraat over de Amerikaanse verkiezingen en terwijl hij om begrijpelijke redenen het achterste van zijn tong niet liet zien, kwam ik wel open en bloot uit voor mijn sterke voorkeur voor Barack Obama. Zaterdagavond was hij tenandere in de Staat Washington uitgekomen als de voorkeur kandidaat van de Demokraten. En ik vind dat heel ok! Hij heeft erg veel charisma en komt heel geloofwaardig over. Voor Hillary Clinton heb ik het heel wat minder. Het blijkt dat Obama het vooral moet hebben van de jongeren en de mannen (!), terwijl Clinton van de ouderen (>50j) en de vrouwen… Reken mij dus maar in het kamp van de jongeren!



Na dit onderonsje dan van start gegaan richting Seattle, NW op Route 82 via Yakima (weer een Indiaanse naam), en Ellensburg en dan via Route 90 over de Snoqualmie Pass waar heel veel sneeuw was gevallen de afgelopen dagen. Die route was wel spectaculair, maar het heel slechte weer was ook spectaculair: vooral sneeuwregen.



Onderweg nog blijven plakken in een rokerig truckerscafé en dan vooraleer af te zakken naar Seattle nog een ommetje gemaakt langs een “educatief” waterproject, rijkelijk gesponsord door Microsoft, maar het project lag zogoed als stil wegens winter. Seattle is namelijk de thuisbasis van Bill Gates en zijn Microsoft en de stad is ook gekend voor zijn vele software bedrijven.


Vermits het zondag was heb ik beslist om diezelfde dag nog het stadscentrum aan te doen, want had gelezen dat Seattle berucht is om zijn files in de week. En zelfs op zondag waren er nog grote files. Dan in het centrum geraakt en wat mij opviel was het bijzonder hoge aantal aan daklozen dat overal rondhangt. Het contrast met het flamboyante Microsoft wordt er des te groter door. Nochtans is het een stad met een prachtige ligging langs vele grote baaien en inhammen (oa Pudget Sound). Om over dit alles een goed overzicht te hebben, ben ik dan de gekende “Space Needle” opgelift. Deze is een reliek van de wereldtentoonstelling van Seattle in 1962 (juist na die van Brussel in 1958) en iets minder hoog dan de Eiffeltoren, maar toch een prachtig uitzichtspunt over de hele omgeving honderden km ver: oa Mount St. Helens, Mount Rainier, Mount Adams en zelfs Mount Hood: maar niks van dat alles te zien, aangezien zeer lage bewolking.



Omdat je in Seattle niet veel kunst en cultuur moet gaan zoeken (wel een fantastisch aquarium!) ben ik dan voor de avond doorgereden naar Everett, een 50km ten noorden van Seattle en thuisbasis van Boeing, want dat wil ik maandag bezoeken. De “Future of Flight” building concentreert alle bezoeken aan Boeing en ligt juist naast de luchthaven van Boeing zelf, Paine Field, waar heel wat modellen worden geassembleerd. Toen ik daar aankwam tegen de avond, landde daar juist zelfs een hele dikke, buitenmaatse 747 die vliegtuigonderdelen vervoert van fabriek naar fabriek (te vergelijken met de ‘Guppy” van Airbus).


Ben dan gaan inchecken in een hotel in de directe buurt van het vliegveld en toen ik een kwartiertje later mijn bagage uit de koffer van mijn auto wilde halen, had een onverlaat de linker zijruit van mijn auto ingeslagen en er de GPS uitgepikt (dat is nu al de 2de keer dat mij dat overkomt!) Probleem, probleem… maar direct wel de politie gebeld en de autoverhuurder en morgen mag ik al een vervangwagen gaan halen in Seattle, maar dan moet ik wel 50km rijden met de haren in de wind! Gelukkig had ik mijn geld en reisdocs bij mij gehouden in mijn rugzak en zat de rest van mijn bagage nog onaangeroerd in de koffer!

Groet aan de lezers!


zaterdag 9 februari 2008

Verslag 2

Aan het begin van de 2de dag bleken er toch wat opklaringen in de lucht te zitten... en op weg naar Tillamook, een stadje op zo'n 120 km ten westen van Portland aan de Pacific Coast.

Om daar te geraken moest nog een heuvelachtig gebied -genre Ardennen- worden doorkruist, met meer en meer sneew van toch zo'n 30cm langs de weg (hoogste punt 1600 voet).


Ondertussen verslechterde het weer weer aanzienlijk met sneeuwregen en slechte zichtbaarheid. Eens door die heuvels daagde Tillamook op, een klein stadje, cenrum van de zuivelteelt, met ook een heus Air Museum ondergebracht in een reusachtige hangar die in de 2de wereldoorlog dienst had gedaan als garage voor zeppelins, die de kust moesten bewaken teggen de Jappen.

Vanaf Tillamook zuidwaarts via de Route 101 op weg naar het eindpunt van die dag: Florence.
Route 101 wordt als een "Scenic Route" omschreven, en ze deed mij ook wel denken aan de Great Ocean Road ten westen van Melbourne in Australië, maar die was toch nog wel mooier en vooral veel zonniger!

Onderweg heel veel spectaculaire "viewpoints" van de Pacific. Verder door tot in Lincoln City, een drukke, rommelige kuststad; daar binnen gestapt in een Wal-Mart om dat eens te bekijken. Wal-Mart is een soort Grand Bazar, maar dan wel groter.

Op weg ook overal Whale Spotting areas (vooral orcas), maar hoe ik ook keek: niks te zien, al was de zee bijzonder woest en stormachtig, wat dat wel erg moeilijk maakte
En dan verder naar Newport, thuishaven van de orcafilm "Free Willy" (de Willy is ondertussen weer naar zijn thuis ergens rond Noorwegen). In Newport gestopt -niet om het bekende aquarium te bezoeken- maar wel het Hartfort Marine Science Center vd Univ. van Oregon: een interactieve tentoonstelling over de biologie van de zee en de rol van de visserij daarin.

Nog verder zuidwaarts in Yatchats uitgestapt, een kuststadje met goed bewaarde houten huizen. Vanaf Yatchats werd de weg almaar mooier, maar toen bleek de batterij van mijn camera plat...
Onderweg bleef het wel maar gieten, zodat ik daardoor toch geen zonnige beelden heb gemist.

Overal kom je ook motels tegen, gelegen op de mooiste plekken met zicht op zee, juist boven de beach en deze tijd van het jaar ook heel goedkoop.

Tenslotte aangekomen en gelogeerd in Florence, een stadje met karakter, met een mini vissersvloot langsheen de Siuslaw River (nooit van gehoord!) die wat verder in zee uitgeeft.


De volgende dag was mijn doel: weer weg van de kust, oostwaarts tot in Eugene en dan noordwaarts tot tegen de grens met Washington State.

Die dag was het ook weer fel betrokken en mistig om te beginnen, zodat de omliggende heuvels bijna niet te zien waren.

Na zo'n 30km op weg naar Eugene, mijn postkaarten gepost in Mapleton, in een eenzaam postkantoor langs de baan en dan weer verder door de heuvels naar Eugene.

Hier geen sneeuw, maar wel een heel slechte weg vol putten, kapot gereden door van die "roadtrains" die ze nu in Belgiê blijkbaar ook willen. Het verkeer in de VS verloopt anders bijzonder vlot, omdat iedereen op cruise control aan practisch dezelfde snelheid rijdt van +-50 mijl en er dus geen vertragingen of inhaalmanoeuvers nodig zijn.


Bij het binnenkomen van Eugene: eindeloos veel shopping centers en dan naar het centrum getrokken en gewandeld in en langs de gekende Eugene Universiteit met een heel uitgestrekte campus in veel groen. Overal in de stad tenandere wordt de studenten "discounts" aangeboden in eet- en drankgelegenheden.

Daarna terug naar het Noorden, naar Salem, via de Interstate 5 (de I-5). Halfweg in Albany rondgelopen in weer zo'n groot shoppingcentrum en een sandwichlunch genomen, want ik weiger pertinent een van die duizenden hamburger- taco- en andere tenten binnen te stappen. Maar mij valt toch ook altijd weer op hoe heel klantvriendelijk men steeds en overal weer is.

En dan naar Salem, als referentie voor mijn vader die daar als jonge gast 65 jaar geleden bijna naartoe was geëmigreerd... maar het is de Congo geworden! Salem is niks speciaals, maar heeft wel nogal wat van die typische Amerikaanse wijken met houten villaatjes. Sorry, Salem is wel de hoofdstad van Oregon!


Na Salem ben ik nog via Silverton -ten Oosten van Salem- naar het hogerop gelegen Silver Falls National Park gereden, waar wel nogal wat sneeuw lag en kampeergelegenheden in houten blokhutten, maar blijkbaar alleen maar voor de zomer bestemd.

Om de dag af te sluiten, uiteindelijk verder door naar het noorden getrokken, naar de valei van de Columbia River, om er te belanden en te logeren in een Travelodge Motel in Troutdale, als basis voor een poging die ik morgen toch maar wil trachten te ondernemen om rond Mount Hood te trekken... Dat moet prachtige zichten opleveren!
;
Ik heb ook den truk gevonden om mijn fotos te "plakken" op een kaart van Google op de exacte locatie waar ze getrokken zijn. Je kan dat zien via mijn foto webalbum:
en klik dan op "kaart weergeven"; Je moet dan inzoemen op die kaart en de kaart met je muis verslepen om dat meer precies te zien...

donderdag 7 februari 2008

Washington & Oregon Verslag 1


Gisteren aangekomen in Portland met Alaska Air vanuit Boston na een behoorlijk "bumpy ride" met een daling door een sneeuwstorm... gelukkig zijn ze dat gewoon bij Alaska Air.

Nu weet ik ook waarom de Staten Washington & Oregon "het regengat van de VS" worden genoemd! Heel de dag massaal geregend. In Portland overdag zo'n 4°C (ook warmer dan gewoonlijk) met veel regen en in het omliggende (de Cascade Range) sneeuw vanaf 1000 voet.

Deze morgen mijn bakske in ontvangst genomen -een Chevrolet Cobalt- en daarbij vernomen dat het plaatsen van sneeuwkettingen de verzekering "void" maakt! Dus... niet teveel proberen om wellustig met de auto in de sneeuw te wentelen en dus het geplande reisschema wat moeten bijsturen = spijtig genoeg geen tocht naar de natuurparken van Mount Hood, Mount St. Helens en Mount Rainier, want die liggen allemaal flink hogerop en de wegen daarnaartoe mogen alleen maar met sneeuwkettingen worden aangevat, als ze al doortocht toelaten, want nogal wat wegen daarnaartoe blijken afgesloten te zijn.

Activiteit vandaag dan beperkt tot het verder inwinnen van wegcondities voor aangepaste planning voor de komende dagen en dan nog 2 uitstappen vandaag: één naar de Waterfront in het centrum van Portland (aan de Willamette River) en één naar een vogelnatuurgebied te NW van Portland.

Het centrum van Portland binnen te rijden was niks, maar er weer uit weg geraken door die Garmin GPS die steeds maar weigerde van op tijd aan te geven of het links of rechts was... geef mij maar een Mio.


Het Sauvie Island vogelnatuurgebied was wel indrukwekkend als uitgebreid overwinteringsgebied ten NW van Portland gelegen langs de Columbia River. Miljoenen vogels overwinteren hier jaarlijks vanuit Canada en Alaska: vooral Canadese ganzen -wat anders?-, eenden, pijlstaarten, kraanvogels...

Ten slotte toch maar weer een vettig avondmaal moeten nemen, want dat kennen ze echt niet in Amerika: een schotel voeding dat niet barst van de caloriën. In Europa eten we toch wel een flink stuk gezonder denk ik zo.
Kijk ook maar eens verder naar de andere bijhorende fotos die regelmatig aangevuld gaan worden met nieuwe, onder: